Persoons-
bewijs

Zonder een bewijs van je identiteit zoals een paspoort of een identiteitskaart besta je officieel niet. Dat is niet altijd zo geweest.

In de jaren voor de oorlog is het aanvragen en bij je dragen van een paspoort of andere identiteitspapieren een vrije keuze. Na de inval van de Duitsers in 1940 verandert dit drastisch. Vanaf 1941 zijn alle Nederlanders vanaf 15 jaar, zowel joden als niet-joden, verplicht een identiteitsbewijs bij zich te dragen.
Op het document van joden staat aan beide kanten een zwarte hoofdletter ‘J’, waardoor ze eenvoudig te herkennen zijn en later makkelijk kunnen worden vervolgd.

Fragmenten van versneden Persoonsbewijzen voor hergebruik bij de vervalsing van andere Persoonsbewijzen uit het archief van Alice Cohn. | Collectie Familie Bermann

Op de tentoonstelling ‘Persoonsbewijzen en Vervalsingen’ in het Nationaal Holocaust Museum in oprichting komt het verhaal van de bedenker van het identiteitsbewijs, Jacob Lentz, samen met dat van Alice Cohn, een Duits-joodse graficus die in 1936 naar Nederland is gevlucht. Als lid van het verzet bewijst zij dat het zogenaamd perfecte persoonsbewijs toch te vervalsen is. Door gebruik van blanco documenten, het verwisselen van foto’s en het aanpassen van details heeft zij in het geheim de levens van honderden mensen gered.

Het Nationaal Holocaust Museum in oprichting brengt tot 4 maart de verhalen bij elkaar van twee mensen die zich intensief bezighielden met identiteit.

Zelfportret Alice Cohn, Amsterdam 1937. | Collectie Familie Bermann

Bezoek de tentoonstelling in het Nationaal Holocaust Museum in oprichting, Plantage Middenlaan 27, 1018 DB Amsterdam.