Maak je keus
(of niet)

Ronald Antonio vertelt aan studente Tess over het leven in Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog en de impact hiervan op zijn hele leven,

Hoe zat het ook alweer?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Indonesië een kolonie van Nederland: Nederlands-Indië. Nederland was bezet door nazi-Duitsland. In Indonesië viel Japan binnen. Japan wilde geen enkele Europese invloed in Azië. Het overgrote deel van de Nederlanders en een klein deel van de Indische Nederlanders werd vastgezet in kampen. Een op de zes gevangenen overleefde het verblijf in de kampen niet.

Niemand heeft
het recht een ander
respectloos te
behandelen. Nooit

Tess Boender en Ronald Anthonio
Foto:

Ronald Anthonio werd in 1937 geboren in Nederlands-Indië. Zijn opa was Nederlands, zijn oma kwam van het eiland Java. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij was zes jaar toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn familie in een Japans gevangenenkamp terechtkwam. Vier jaar zat hij gevangen. Het zette zijn leven op zijn kop. Op zijn dertiende kwam hij naar Nederland. Eigenlijk heeft hij nooit ergens echt bij gehoord. In Nederland ziet men hem als Indisch. In Indonesië als Nederlands.

Tess Boender is 18 jaar en zit in het tweede jaar van de kappersopleiding ops ROC Mondriaan. Ze is geïnteresseerd in hoe mensen met elkaar omgaan; zeker in moeilijke situaties. Na haar opleiding wil ze psychologie studeren. Na het verhaal van Ronald is haar duidelijk: “Wat je ook hebt gehoord over iemand, blijf kijken met een frisse blik.
Iemand blijft zijn eigen persoon.”

Je hebt je vrijheid
in eigen hand

Tess: “Wat gebeurde er in uw jeugd in Nederlands-Indië?“
Ronald: “We hadden een fijn leven. Mijn vader was hoofd van een postkantoor en regelde de geldzaken voor de Nederlandse bestuurder van Nederlands-Indië. We hadden het goed. Toen Nederland werd bezet door de nazi’s kregen we bij ons in Nederlands-Indië de Japanners op ons dak. Alles wat Nederlands was, werd verboden. Het overgrote deel van de Nederlanders werd gevangengezet. Mijn vader werkte voor het Nederlandse bestuur, dus hij werd ook opgepakt. Op een gegeven moment kwamen ook mijn moeder, zusjes, broer en ik in een Japans kamp terecht.”
Tess: “Wat gebeurde er in die kampen?”
Ronald: “Ik heb in twee kampen gezeten, eerst in een kamp van de Japanners.

Toen Japan zich overgaf, was de oorlog niet voorbij. Indonesië wilde baas zijn in eigen land en wilde af van de Nederlandse overheersing. Er volgde dus direct nog een oorlog. Indonesië tegen Nederland. Deze periode was echt een hel.
Het leven in de kampen was verschrikkelijk. Onmenselijk. We werden op alle mogelijke manieren vernederd. Er waren geen toiletten. Iedereen had diarree door de slechte omstandigheden. Iedere ochtend moesten we op appèl staan in de brandende zon. Deed je iets niet goed, dan kon je een pak slaag krijgen.
We werden ziek en veel mensen gingen dood. Ik was nog een kind, maar ik
moest de mensen die waren overleden de poort uitdragen. Daar werden ze opgehaald.”

Je identiteit staat vast

Tess: “Ik schrik ervan dat mensen elkaar niet meer als mensen zagen.
Als gelijken. Er was zoveel haat.” Ronald: “In 1949 was de oorlog voor-
bij. Indonesië werd onafhankelijk. Wij hadden de oorlog overleefd en moesten kiezen: blijf je Nederlander of word je Indonesisch staatsburger? Indië was mijn geboorteland, maar wij waren Nederlanders. Een dilemma. Ik had een Nederlandse opa, dus we kregen een identiteitsbewijs voor de reis naar Nederland. Als je me nu vraagt naar mijn identiteit, dan ben ik nog steeds zowel Nederlands als Indisch. Als het gaat over werk, dan voel ik me Nederlands. Ik heb nu eenmaal altijd in Nederland gewerkt, voor Nederlandse bedrijven, tussen Nederlanders. Maar als het gaat over mijn gevoel, mijn emoties, dan voel ik me Indisch. De geuren, de herinneringen brengen me terug naar mijn geboorteland.”

Je bent wie je bent, maar soms ziet de
samenleving je niet zo

Tess:”Wat gebeurde er na de oorlog met uw familie?”
Ronald: “Op mijn dertiende gingen we naar Nederland. Maar in Nederland werden we niet echt gastvrij ontvangen. De mensen zagen ons niet als Nederlanders. We voelden ons wel zo, maar zo werden we niet behandeld. Je bent wie je bent, maar soms ziet de samenleving je niet zo. Ik werd gepest op school. Uitgescholden voor ‘bruintje’. Ze vonden me dom. Ik voelde me gediscrimineerd. Op het werk van mijn vader kregen Nederlanders meer geld dan hij, terwijl ze hetzelfde werk deden.”

Je bent zelf verantwoordelijk voor de
keuzes die je maakt

Tess: “Waarom zou je iemand haten om zijn huidskleur of geloof? Hoe zou jij het vinden om gehaat te worden, zonder dat iemand daar een reden voor heeft?”
Ronald: “Ik wilde niet dat wat mijn vader was gebeurd, mij ook zou gebeuren. Toch werd ik ook gediscrimineerd. Maar ik heb doorgezet. Het is me gelukt om na mijn middelbare school naar de universiteit te gaan. Door keihard te werken is het me gelukt carrière te maken.
Geef niet te snel op. Als je iets wilt bereiken, ga er dan voor. Toon doorzettingsvermogen en grijp de kansen die je krijgt. Wees blij met de vrijheid die je hebt in dit land, wees daar zuinig op!”

Koffers van mensen die na de Tweede Wereldoorlog
Indonesië voorgoed verlieten. Collectie: Indisch Herinneringscentrum.

Indisch herinneringscentrum
Het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag vertelt over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en de daarop volgende dekolonisatie-periode.

Meer info: indischherinneringscentrum.nl.